Stress op de werkvloer is beroepsziekte nummer 1 in de zorg. Als het gaat om werkstress, is er een hoop wat je zelf al kunt doen. Maar als de druk opbouwt, terwijl de personeelstekorten groter worden, moet er meer gebeuren dan op individueel niveau. Binnen de coalitie Arbeidsmarkt & Onderwijs wordt daar steeds meer aandacht aan besteed.
Tijdens de Week van de Werkstress vertelt Sjors Klijzen, programmamanager personeelstekorten bij de Gemeente Amsterdam, over hoe de coalitie kijkt naar het effect van de toenemende werkdruk in de zorg en waar de kansen liggen op verlichting. “De nieuwe generatie zorgmedewerkers speelt een grote rol in de technologische innovatie en de transitie van de zorg,” zegt Sjors.
De toenemende werkdruk is overal te merken, maar bij uitstek ook in de zorg. Juist degenen die zich het hardst inzetten voor hun medemens, kampen met de meeste stress. “We leven in snelle tijden waarin iedereen constant aan het rennen; aan het vliegen is; altijd bereikbaar is,” benoemt Sjors. “Dan is het extra belangrijk dat je goede balans hebt tussen werk en thuis, en dat mensen ook ontspannen op werk kunnen zijn.”
Sjors ziet hoe de zorg wordt ondergesneeuwd in administratief werk en ziet daar ruimte voor verlichting van de werkdruk. “We moeten beter kijken naar wat we nu precies vragen van medewerkers en dat gaan stroomlijnen, zodat we dat zoveel mogelijk bij ze weghalen.”
Daarnaast observeert Sjors een groot gemis in het sociaal contact met de patiënten door de verhoogde druk op de zorg. Vragen worden complexer, de personeelstekorten worden groter, en onzekere financiering zet druk op de ketel om alles zo snel mogelijk af te ronden. “Zorgmedewerkers zijn stuk voor stuk kanjers die voor elkaar de gaten willen dichten en die ervoor zorgen dat, wanneer iemand zorg nodig heeft, die kosten wat kost ook gaat krijgen. Daardoor is er weinig tijd voor ontspanning, maar óók voor sociaal contact met de Amsterdammer, wat niet draait om medische taken,” vertelt hij. Juist daarom is er volgens Sjors goed leiderschap nodig in de zorg.
Volgens Sjors moeten zorgmedewerkers ook meer kunnen meebeslissen als het gaat om beleidsveranderingen en moet er meer ruimte komen voor zelfontplooiing op het werk. “Het is een taak van de werkgevers om daar vorm aan te geven voor hun werknemers,” zegt Sjors.
Als het aan Sjors ligt, wordt er meer aandacht besteed aan hoe we professionals kunnen ondersteunen met nieuwe ontwikkelingen en technologieën. “Die ontwikkelingen moeten écht gaan helpen, in plaats van dat ze een nieuw obstakel gaan vormen voor zorgmedewerkers.” Ook denkt Sjors dat de nieuwe generatie zorgmedewerkers een mooie rol gaat spelen in het teweegbrengen van die transitie in de zorg. “Die jonge generatie krijgt een rol in het meenemen van eerdere generaties in de transitie, zodat er een wisselwerking ontstaat tussen innovatie en ervaring en we steun vinden in elkaar.”
In dit vraagstuk staat de coalitie Arbeid & Onderwijs er niet alleen voor, maar putten zij ook inspiratie uit andere coalities. In verband met technologische innovatie benoemt Sjors het werk van de coalitie Digitale Zorg in het verminderen van de werkstress in de zorg. “Ik zie dat zij vaak al goed vooruit kunnen denken over wat er nodig is om de zorg te blijven dragen in de toekomst, maar dat zij ook al met veel verschillende aspecten rekening houden, zoals de zorgmedewerker, de financiering, én de inwoners,” geeft hij aan.
Ook speelt de coalitie Mentale Gezondheid een belangrijke rol, volgens hem. “Ik denk dat we veel kunnen leren van hoe toegewijd de deelnemende organisaties daar zijn. Zij schuiven echt mensen naar voren vanuit de partnerorganisaties van Amsterdam Vitaal & Gezond om projectleider of kwartiermaker te zijn en op die manier verandering teweeg te brengen.”
Er heeft een enorme maatschappelijke verandering plaatsgevonden in de afgelopen 10 jaar op het gebied van technologie en globalisatie, aldus Sjors. “We zijn nu overal en altijd bereikbaar, maar dat heeft ook gevolgen voor de zorg.” Het is volgens hem hoog tijd dat we de negatieve spiraal doorbreken. “Daar werken we heel hard aan met z’n allen, maar dat is niet vandaag of morgen opgelost.”