Het transformatieplan voor de mentale gezondheidsnetwerken in Amsterdam is goedgekeurd. Daarmee zijn er nu middelen beschikbaar om de komende jaren verder te bouwen aan sterkere samenwerking rondom het versterken van mentale gezondheid in de stad.
Amsterdam Vitaal & Gezond sprak met vier bestuurders van betrokken partijen, Nynke Vlieger (bestuurder Centrum), Rinus van Bergeijk (directeur bestuurder Zorg voor Zuid), Gertrude van Nederpelt (Directeur Arkin Voordeur) en Bram van der Kroon (teammanager Preventie Gemeente Amsterdam), over de betekenis van deze stap. Hun verhalen laten zien waarom dit plan nodig is, wat we dit jaar concreet gaan doen en waar de echte uitdaging ligt: een duurzame beweging naar passende ondersteuning, dichtbij de Amsterdammer met mentale klachten.
Van medicaliseren naar normaliseren
De druk op de GGZ is al jaren groot. Wachttijden lopen op en juist mensen met complexe problematiek moeten vaak het langst wachten. Tegelijkertijd zien we dat veel mentale klachten samenhangen met stress, schulden, eenzaamheid of bestaansonzekerheid.
Volgens Nynke Vlieger zijn we gewend geraakt om individuele zorgen snel te vertalen naar therapie. “Terwijl het antwoord soms ligt in financiële rust, verbinding in de wijk en onderdeel zijn van een gemeenschap.” Uit onderzoek onder andere gedaan door Pharos blijkt dat bestaanszekerheid en voldoende zingeving een grote invloed hebben op hoe (mentaal) gezond iemand is.
Ook Bram van der Kroon plaatst het plan in een bredere maatschappelijke beweging. Landelijk is er steeds meer aandacht voor het normaliseren van mentale vragen. Niet elke mentale worsteling hoeft automatisch medisch behandeld te worden. Mentale uitdagingen horen bij het leven.
Dat betekent niet dat specialistische GGZ minder belangrijk wordt. Integendeel. Juist door beter te kijken wie waar het beste geholpen is, blijft de intensieve zorg beschikbaar voor mensen die die echt nodig hebben. Zoals Rinus van Bergeijk benadrukt: “Alles wat helpt om mensen sneller op de juiste plek te krijgen, is winst, voor de Amsterdammer én voor het zorgsysteem.”
Een netwerk als fundament
Het mentale gezondheidsnetwerk is geen nieuw loket, maar een versterking van bestaande samenwerking. Gertrude van Nederpelt omschrijft het netwerk als een manier om structureel betere samenwerking te realiseren tussen het sociaal domein, huisartsen, GGZ-aanbieders en andere partners in het stadsdeel. Die samenwerking bestaat op veel plekken al, maar kan sterker, overzichtelijker en vanzelfsprekender.
Binnen het netwerk worden meerdere functies ingericht, waaronder:
Belangrijk uitgangspunt is dat wordt aangesloten bij wat er al is. Er wordt niet centraal een blauwdruk uitgerold over de stad. De uitrol gebeurt daarnaast gefaseerd, te beginnen in Zuidoost, Centrum en Noord.
Het verkennend gesprek als sleutel
Een van de belangrijkste instrumenten binnen het netwerk is het verkennend gesprek. Daarin kijken een GGZ-professional een professional uit het sociaal domein en of een ervaringsdeskundige samen met een Amsterdammer naar wat in zijn of haar situatie passend is. Niet vanuit één perspectief, maar integraal.
Huisartsen kunnen patiënten op de in de praktijk al bekende manier doorverwijzen naar het verkennend gesprek. Na afloop ontvangen zowel de patiënt als de huisarts een verslag met het advies over mogelijke vervolgstappen. De huisarts kan dit, wanneer dat nodig is, samen met de patiënt bespreken en bepalen wat passend is. Hierbij ze kunnen terugvallen op de gezamenlijke expertise van collega’s uit de ggz en het sociaal domein
De uitkomst van zo’n gesprek kan verschillend zijn. Soms is gespecialiseerde GGZ-zorg nodig. Soms past ondersteuning die gericht is op bestaanszekerheid, zingeving, verbinding en participatie beter. En soms is het een combinatie van beide.
Nynke beschrijft hoe een ervaringsdeskundige die mee had gedaan aan de pilot voor het verkennend gesprek een belangrijk inzicht deelde: we zijn geneigd om mensen in stukjes op te knippen, schulden hier, psychische klachten daar. Maar iemand is een heel mens. Juist die integrale blik maakt het verschil.
Bouwen, leren en verbinden
Het komende jaar staat in het teken van starten en bouwen. Dat betekent concreet dat verkennende gesprekken daadwerkelijk gevoerd gaan worden, dat domein overstijgende overleggen op gang komen en dat de toeleiding naar sociaal domein en de GGZ wordt verbeterd. Ook wordt gewerkt aan beter inzicht in beschikbare capaciteit binnen de GGZ, dat in Amsterdam sterk versnipperd is.
Maar minstens zo belangrijk is het leerproces. Nynke benadrukt dat het netwerk zichzelf moet blijven verrijken. Leren door te doen, samen reflecteren, samen verbeteren. Niet alleen professionals op de werkvloer, maar ook managers en bestuurders.
Rinus voegt daaraan toe dat duurzame samenwerking het echte doel is. Professionals moeten elkaar ook over een paar jaar nog vanzelfsprekend weten te vinden. Niet alleen patiënten doorverwijzen, maar elkaar bellen, expertise delen en samen verantwoordelijkheid dragen.
De spanning tussen systeem en bedoeling
Met middelen en plannen komen ook doelen, formats en KPI’s. Dat is nodig, maar brengt een risico met zich mee. Nynke waarschuwt dat het systeem niet de overhand mag krijgen op de visie. Het gaat niet alleen om aantallen gesprekken of doorverwijzingen, maar om het effect voor mensen. We willen de beweging naar de voorkant maken. Dat is het grotere doel en samen moeten we leren wat er voor nodig is om dit doel echt te bereiken. Het mag geen ‘operatie geslaagd, patiënt overleden’-verhaal worden, zoals Rinus het scherp formuleert.
Daarnaast vraagt samenwerking tussen verschillende domeinen om voortdurende afstemming. Huisartsen, GGZ-aanbieders en professionals in het sociaal domein hebben elk hun eigen taal, cultuur en context. Op momenten dat het spannend wordt, kunnen misverstanden ontstaan.
Bram ziet daar een belangrijke opdracht: nieuwsgierig blijven. Niet redeneren vanuit aannames over het andere domein, maar vragen stellen. Waarom doe je wat je doet? Welke keuzes maak je? Die houding is volgens hem minstens zo belangrijk als de structuur.
Wanneer is het geslaagd?
Succes wordt niet alleen gemeten in aantallen, maar ook in beweging. Voor alle vier bestuurders begint het bij de Amsterdammer. Als mensen sneller passende ondersteuning of zorg krijgen, is dat winst. Als mensen met complexe problematiek niet langer vastlopen in het systeem, is dat voor deze mensen een enorme winst. En als samen we de beweging naar de voorkant maken.
Daarnaast is het jaar geslaagd als:
Gertrude benadrukt dat samenwerking op alle niveaus nodig is, van bestuur tot werkvloer, en in nauwe afstemming met financiers. Alleen dan kan het netwerk duurzaam worden.
Een beweging die verder reikt dan het plan
De mentale gezondheidsnetwerken zijn niet dé oplossing voor alle uitdagingen in de zorg en welzijn. Maar ze vormen wel een belangrijke stap in de richting van samenhang, vroeg signaleren en passende ondersteuning in de wijk. Hierbij zal de uitvoering van de andere transformatieplannen in de stad, zoals Welzijn op Recept, Community Building en de Digitale voordeur deze beweging naar de voordeur bekrachtigen en versterken.
Wat op papier begon als een transformatieplan, moet nu uitgroeien tot een praktijk die merkbaar verschil maakt voor Amsterdammers.
Samen bouwen we aan een stad waarin mentale gezondheid niet automatisch medicalisering betekent, maar waarin passende ondersteuning dichtbij, integraal en in verbinding wordt georganiseerd.
Dat is de ambitie. Nu begint het werk.